GRENSOVERSCHRIJDEND SAMENWERKINGSPROGRAMMA

Met steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling

ALARM FWV

Kerngegevens

Projectleider

SDIS 59
Rue de Pas 18
59028 Lille
FRANCE

Contactpersoon

Gilles GREGOIRE

Begindatum

01-10-2016

Einddatum

30-09-2021

Budgettaire elementen

Totaal Budget
2 592 458,80 €

Website:

http://www.interreg-alarm.eu/





ALARM FWV

Voor een veiligheid zonder grenzen Verbetering van de grensoverschrijdende hulpverlening en rampoefeningen Operationeel beheer van de risico’s in het grensgebied Frankrijk-Wallonie-Vlaanderen

axe3

Categorie

Project

Specifieke doelstelling van het programma

Anticiperen op en beheren van de natuurlijke, technologische en industriële risico's en van de noodsituaties

Domein van bijstandsverlening

Risicopreventie en -beheer van niet aan het klimaat gerelateerde natuurlijke risico’s (d.w.z. aardbevingen) en de risico’s in verband met menselijke activiteiten (bv. technologische ongevallen), met inbegrip van bewustmaking, burgerbescherming en ram


De gevolgen van een natuurramp of een technologisch of industrieel incident laten zich niet tegenhouden door de landsgrenzen. Een dichtbevolkte zone en gemeenschappelijke risico’s mogen geen obstakel zijn voor de hulpverlening in noodsituaties. Met een gemeenschappelijke grens van 620 km geldt dit zeer zeker ook voor België en Frankrijk. De grenszone wordt gekenmerkt door een grote concentratie van industrieën, 2 kerncentrales (Gravelines en Chooz), vergelijkbare natuurrisico's (overstromingen, grondverschuivingen, ondergrondse holtes), grote verkeersassen, een uitgesproken grensoverschrijdende verstedelijking en een hoge bevolkingsdichtheid (324 inwoners per km2). Om zich tegen deze gedeelde risico’s te wapenen, beoogt het project ALARM de ontwikkeling van grensoverschrijdende operationele samenwerking tussen de actoren op het gebied van civiele veiligheid aan beide zijden van de Frans-Belgische grens en dit op verschillende niveaus (risicoanalyse, planning, crisisbeheer). Het hoofddoel van het project is de implementatie van een geïntegreerd beheer van een brede waaier van risico’s (natuurlijke, technologische en menselijke risico’s) aan beide zijden van de grens. Een gemeenschappelijk platform voor informatie-uitwisseling en het in kaart brengen van grensoverschrijdende risico’s maakt de ontwikkeling mogelijk van een 'dagelijkse' operationele samenwerking tussen de Franse en de Belgische brandweer.

Rapporteringsdatum 13-08-2021

Het ALARM-project ging van start op 1 oktober 2016. Dit tripartiete initiatief “Frankrijk-Wallonië-Vlaanderen” moet een grensoverschrijdende operationele samenwerking tot stand brengen tussen de spelers op het domein van de burgerbescherming aan weerszijden van de Frans-Belgische grens. De gevolgen van een natuurramp of een technologisch of industrieel incident laten zich niet tegenhouden door de grenzen van een land. Streken en regio’s met gemeenschappelijke risico’s zouden geen hindernis mogen vormen als de hulpdiensten in een noodsituatie hun missie moeten uitvoeren Met een gemeenschappelijke grens van 620 km lang geldt dit zeer zeker ook voor België en Frankrijk. De grenszone wordt gekenmerkt door een grote concentratie van industrieën, twee kerncentrales (Gravelines en Chooz), vergelijkbare natuurrisico’s (overstromingen, grondverschuivingen, ondergrondse holtes), grote verkeersassen, een uitgesproken grensoverschrijdende verstedelijking en een hoge bevolkingsdichtheid (324 inwoners per km²). Om die uitdaging aan te gaan verenigt het Interreg-project “ALARM” 26 Vlaamse, Waalse en Franse partners rond een drievoudige ambitie: · de analyse van de bestaande risico’s delen, · in het dagelijkse leven leren samenwerken om in noodsituaties beter te reageren, · civiele veiligheid een grotere burgercultuur geven. Een van de eerste opdrachten was de realisatie van het lanceringssymposium. Dit is succesvol verlopen op 31 januari 2017. Er werden al snel vergaderingen belegd met het Centre Informatique du Hainaut (CIH) om de website te creëren, alsook een follow-upmodule voor het project; beide werden in het tweede semester online geplaatst. In het kader van het geïntegreerde risicobeheer was het ISSeP begonnen met de inventarisering van de gegevens over de vestiging van de kazernes in elke zone en van de werkmiddelen en de middelen die aan elke kazerne zijn toegewezen. Er werd een toepassing gecreëerd om de gegevens te delen – GeoALARM – en deze werd door de SDIS Nord online geplaatst. De operationele samenwerking werd concreter doordat de projectpartners elkaar ontmoetten (informatie- en werkgroepvergaderingen, ontwerpovereenkomst). Tot slot vergaderde ook een Frans-Belgische werkgroep die de principes moet bepalen voor de invoering van een grensoverschrijdend bestuur inzake burgerbescherming, en werden de voorbereidende werkzaamheden gestart voor het seminarie voor de burgemeesters van de grensgemeenten. Het vierde semester werd hoofdzakelijk gewerkt aan de voorbereidingen van het seminarie van burgemeesters, in het kader van werkpakket 5. De projectpartners MEL, EFUS, SDIS Nord, EMIZ Nord en de diensten van de gouverneur van Henegouwen en West-Vlaanderen, gesteund door enkele geassocieerde partners (met name de Directies Veiligheid en de diensten van de gouverneur van Namen), hebben veel tijd besteed aan de voltooiing van de dragers voor dit seminarie en de laatste imperatieven die vóór 17 mei 2018 geregeld moesten worden. De technische partners realiseerden in het kader van werkpakket 3 verschillende studies aangaande de uniformering en convergentie van Franse en Belgische gegevens. Voor werkpakket 4 boog een werkgroep bestaande uit officieren van de hulpverleningszones, SDIS en projectpartners zich over de opstelling van dragers die de operationele samenwerking (fiches met aanwervingsprocedures) moeten verbeteren, de systematische uitwisseling van ervaringen opgedaan tijdens grensoverschrijdende interventies werd opgestart en er werden contacten gelegd en stappen ondernomen i.v.m. de gezamenlijke opleidingen (tools voor operationeel beheer en bevelvoering). Tot slot werd een zeer grondige studie gemaakt van de eerste Frans-Belgische operationele reactie van de brandweer inzake NRBCe/CBRN-risico’s (nucleaire, chemische, biologische risico’s en ontploffingsgevaar). In de loop van het vijfde semester lag bij de werkzaamheden de klemtoon vooral op: - de organisatie van grensoverschrijdende workshops i.v.m. de PCS (gemeentelijke beschermingsplannen)/ANIP (werkpakket 5); - de organisatie en realisatie van een oefendag op de site van RPA Hainaut Sécurité (werkpakket 4); - de toenadering tussen civiele veiligheid en gezondheid op grensoverschrijdend vlak (werkpakket 4); - de ontwikkeling van de GIS-tool (werkpakket 3). De belangrijke gebeurtenissen van semester 6: de ondertekening van de administratieve regeling en de lancering van de procedure voor lokale overeenkomsten, het project inzake de uitwerking van de seminaries in workshops om de verkozenen te sensibiliseren voor de risico’s (werkpijler 3) in het “ZUIDELIJKE” gedeelte van het project (Namen, Luxembourg Ardennes en Aisne); verder de start van de werkzaamheden i.v.m. de workshops Vlaanderen/Nord, Henegouwen/Nord door werkpakket 5, waar de diensten van de gouverneurs van Henegouwen en West-Vlaanderen volledig bij betrokken worden. Tot slot konden dankzij de test van het door het ISSeP voorgestelde platform de doelstellingen voor semester 7 onder de aandacht worden gebracht. Semester 8 werd gekenmerkt door de COVID-19-pandemie, met lockdown, social distancing bij menselijke activiteiten en uitstel van tal van evenementen tot gevolg. Ook het Interreg FWVL-project Alarm moest zich aan de regels aanpassen. Toch konden de werkzaamheden die in elke werkpijler aangevat werden, voortgezet worden: Werkpijler 1 “geïntegreerd risicobeheer” (werkpakket 3) is zo goed als klaar. De achterstand werd ingehaald en het platform werd tijdens een videoconferentie aan de gebruikers van de Hulpverleningszones en SDIS voorgesteld. Er werd voorgesteld om een evaluatie te houden, en momenteel worden de bestuurders opgeleid. De lokale overeenkomsten voor wederzijdse bijstand, zoals in werkpijler 2 is gepland, op basis van de uitbreiding van de operationele samenwerking, konden (in juni of oktober) niet ondertekend worden wegens de gezondheidsmaatregelen. Er werd grensoverschrijdend van gedachten gewisseld over het thema slachtofferextractie en er werd vergaderd over de organisatie van de CBRN-conferentie 2021. De werkgroep van werkpijler 3 bleef op afstand vergaderen om de PCS/ANIP-reglementen op te stellen, alsook de gids voor goede praktijken, en om in de zuidelijke zone van het project een seminarie te organiseren, oorspronkelijk gepland voor eind 2020, maar uitgesteld tot mei-juni 2021. Een deel van de voor semester 8 vooropgestelde doelstellingen werd in semester 9 gerealiseerd: De videoconferenties over de uiteindelijke presentatie van het geïmplementeerde platform werden gerealiseerd in het kader van werkpijler 1. Voor werkpijler 2 werden de lokale overeenkomsten voor wederzijdse bijstand, op afstand ondertekend door Dinaphi en SDIS Ardennes, maar voor SDIS Nord en de hulpverleningszones van Henegouwen werd de ondertekening nogmaals uitgesteld. De projectleider van werkpakket 4 wijdde zich aan de voorbereidingen voor de e-conferentie van 18 mei 2021. De werkzaamheden van werkpijler 3 tot slot worden afgerond. De verschillende documenten voor de lokale overheden werden voorbereid (grafische aspecten worden nog afgewerkt) en op 25 maart 2021 werd voor de zuidelijke zone van het project een eerste webinar gehouden.