GRENSOVERSCHRIJDEND SAMENWERKINGSPROGRAMMA

Met steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling

PATHOFLAX

Kerngegevens

Projectleider

Inagro
Ieperseweg 87
8800 Rumbeke
BELGIE

Contactpersoon

Johan Mahieu

Begindatum

01-01-2019

Einddatum

31-12-2022

Budgettaire elementen

Totaal Budget
2 852 899,79 €

Website:

https://www.interreg-pathoflax.eu/





PATHOFLAX

Ontwikkelen van een duurzame beheersingsstrategie voor pathogenen in vlas

axe1

Categorie

Project

Specifieke doelstelling van het programma

Versterken van het onderzoek en de innovatie van de grensoverschrijdende zone in de strategische sectoren en de sectoren met een sterke complementariteit

Domein van bijstandsverlening

Onderzoeks- en innovatieactiviteiten in openbare onderzoekscentra en kenniscentra, met inbegrip van netwerking


Vlasvezel is een milieuvriendelijk product met hoge toegevoegde waarde in de textielsector. Europa produceert vandaag 80% van het wereldwijde volume van vlasvezel en vooral de Frans-Belgische zone beschikt over een unieke knowhow op dit gebied. De verandering van de klimaatomstandigheden, de dalende efficiëntie van de fytosanitaire producten en de door pathogenen uitgeoefende druk kunnen een bedreiging vormen voor de economie en de sociale banden die in deze zones rond de productie en exploitatie van vlasvezel zijn gegroeid. Het project PATHOFLAX wil deze regionale agronomische uitmuntendheid veiligstellen door ecocompatibele oplossingen te bieden, aangepast aan de uitdagingen waarmee de vlaslinnensector al wordt geconfronteerd. De laatste tien jaar is in Frankrijk en België een schimmelziekte, verticillium, opgedoken. Ze wordt veroorzaakt door een pathogene aardeschimmel, Verticillium dahliae. Ze kan leiden tot een daling van de opbrengst van de vlasvezels. Vandaag beschikken de vlasproducenten over weinig middelen tegen Verticillium, want geen enkel fytosanitair bestrijdingsmiddel is efficiënt en er is nog geen enkele vlasvariëteit ontdekt die ertegen bestand is. In dit kader heeft het project PATHOFLAX meerdere doelstellingen, waaronder (i) de uitvoering van een epidemiologische studie van deze ziekte in alle zones waar vlaslinnen wordt geteeld, (ii) de studie en uitvoering van milieuvriendelijke methoden op basis van de stimulering van de natuurlijke afweermechanismen van de plant door stammen van niet-besmettelijk Verticillium of natuurlijke elicitoren, en tot slot (iii) het gebruik van de natuurlijke biodiversiteit van het vlas om variëteiten te vinden die tegen de ziekte bestand zijn. Deze informatie wordt ter beschikking van de landbouwers gesteld.

Rapporteringsdatum 26-05-2021

De activiteiten van het project kunnen gevolgd worden op de tweetalige projectwebsite www.interreg-pathoflax.eu. De verschillende onderzoeken leverden nog onvoldoende eenduidige resultaten op die klaar zijn voor publicatie voor ons doelpubliek. In juni 2019 verspreidden de partners een gezamenlijk persbericht binnen de drie regio's om het project voor te stellen. Er waren 160 deelnemers op het officieel lanceringsmoment dat op 27 november 2019 in Poulinville (Frankrijk, 80) werd georganiseerd. De bijeenkomst vond plaats in het kader van de jaarlijkse bijeenkomst voor technici van de vlassector die afkomstig zijn van beide zijden van de grens. Uit de reacties van het publiek is duidelijk dat ze vragende partij zijn om Verticillium in vlas te kunnen beheersen. De actoren binnen de sector zijn vragende partij voor oplossingen die deze schimmelziekte aanpakt. Voor het evalueren van de diagnostische test werden tijdens het eerste jaar 10 velden met Verticillium dahliae geselecteerd waarbij bodemmonsters geanalyseerd werden. In de winter 2019/2020 werden bijkomend 9 velden bemonsterd waarop vlas zou worden uitgezaaid in 2020. De partners onderzochten dezelfde monsters met behulp van 4 methoden (direct uitplating om MSEA en het Wheeler medium, uitplating op MSEA met de natte zevingsmethode en de DF methode)) om de verschillende analysemethoden met elkaar te kunnen vergelijken en te komen tot een validatie van de diagnosetesten. De verkregen gegevens zullen worden gebruikt om voor elke regio een gevoelig en nauwkeurig detectiesysteem op te stellen voor Verticillium dahliae in de bodem. Uit de observaties was er een hoge correlatie zichtbaar tussen de methodes wanneer resultaten van dezelfde bemonsteringsperiode worden vergeleken. Dit is in tegenstelling met de lage correlatie die er is wanneer dezelfde methode wordt vergeleken tussen twee verschillende bemonsteringsmethodes. Densiteit flotatie zal waarschijnlijk het meest bruikbaar zijn als stabiele en gedeelde techniek tussen de 3 regio’s. Op 135 velden werden in de winter 2019-2020 bodemmonsters genomen voor het monitoren van Verticillium dahliae in de bodem. Bij de telers werden enquêtes afgenomen om de voorgeschiedenis van deze geselecteerde velden te kennen. Na het vlasgroeiseizoen 2020 werden de vlastelers opnieuw gecontacteerd om informatie te verzamelen rond de teelt (ras, bemesting, ziekte behandelingen, opbrengst,….) op deze velden. De data van deze velden is samengebracht in de online tool Vecmap. Op basis van een eerste voorlopige analyse van de data, kunnen we een correlatie zien tussen de voorgaande teelten en de hoeveelheid microsclerotia in het veld. Tevens werd bij het roten van het vlas vastgesteld dat er geen correlatie kon vastgesteld worden tussen de hoeveelheid V. dahliae in de bodem en de Verticillium symptomen op het vlas. De laboratoriumtesten met de fenotyperingsrobot bieden de mogelijkheid om de klimatologische omstandigheden en infectiedruk op gecontroleerde wijze uit te voeren om zo het succes van de tests op vlasvariëteiten en biocontrolers (BCP’s) te garanderen. Naast de metingen met de fenotyperingsrobot, wordt de aanwezigheid en groei van de Verticillium schimmel in planta opgevolgd met kwantitatieve PCR. Om een effectieve screening van de in het project beoogde BCP’s op de verschillende vlasvariëteiten toe te laten werd de methodiek tijdens de eerste twee jaar geoptimaliseerd om een homogene en matige kunstmatige infectie met Verticillium dahliae te verkrijgen. Er werd gestart met het screenen van de respons van vier vlasvariëteiten op COS-OGA door het bestuderen van de peroxidase-activiteit (als merker). Het doel was om de respons van twee meer tolerante rassen (Bolchoï en Ideo) te vergelijken met de respons van twee zogenaamde gevoelige rassen (Lisette en Pauline) na infectie met Verticillium dahliae. De analyses bevestigen dat veranderingen in het carbonzuurgehalte van pectines inderdaad worden waargenomen na infectie, meer in het bijzonder een afname van galacturonzuren. Interessant genoeg werd deze afname alleen waargenomen bij de vatbare of gevoelige cultivars, zonder dat er verandering optrad in de meer tolerante cultivars. Na de screening van de respons van een reeks vlasvariëteiten op COS-OGA door de studie van de peroxidaseactiviteit, een elicitatiemerker, selecteerde UNamur drie variëteiten (Bolshoï, Evea en Vivea) om het werkingsmechanisme van de elicitor op vlas te evalueren. Bioassays werden uitgevoerd met deze drie variëteiten om hun reactiekinetiek op elicitatie te evalueren en dit na één, twee en drie elicitaties of behandelingen. FytoFend lanceerde twee bioassays in de tweede helft van 2020: een eerste met alle variëteiten van Linea en een tweede met die van Terre de Lin en Arvalis om de inoculatiecondities te valideren. De plantgrootte en het chlorosegehalte (vergeling van de bladeren/stengel) werden wekelijks beoordeeld. Na vier weken evaluatie van de symptomen, is het verschil tussen geïnfecteerde planten en gezonde, controle planten heel duidelijk en de reductie in plantgrootte bereikt bijna 40% voor de meest vatbare rassen De partners hebben in 2019 een protocol voor veldproeven ontwikkeld om de rassenproeven en de combinatieproeven BCP/rassen te coördineren. Het doel was om te kunnen beoordelen of de interacties ras/Verticilium/agro-klimatologische omstandigheden konden worden geïdentificeerd. Er werden zowel in 2019 als in 2020 in Vlaanderen en Frankrijk vier proeven met vezelvlas aangelegd met bijna dezelfde rassen die op de markt beschikbaar zijn. Rekening houdend met de conclusies van het teeltseizoen 2019 werden voor de proeven van 2020 verschillende aanpassingen gedaan aan de protocollen van 2019. Uit de statistische analyses is gebleken dat bepaalde variëteiten zich tussen 2019 en 2020 op soortgelijke wijze hebben gedragen, en anderzijds dat deze variëteiten grotendeels overeenstemmen op de verschillende proefvelden. De biocontrole producten (BCP’s) werden gekozen op basis van hun verschillende werkingswijzen. De proeven van het eerste jaar geven geen bevestigde resultaten wat de aantasting met Verticillium betreft. Zelfs binnen één proef was het niet mogelijk om een verband te leggen tussen de ziekteverschijnselen voor de oogst en deze bij het roten. Hierbij is bevestigd dat Verticillium een zeer moeilijk te beoordelen ziekte is. Het snelle watergebrek in 2020 leidde tot een onregelmatige groei en een verminderde lengte van de planten. Dit maakte het extra moeilijk om eventuele verschillen te zien tussen de verschillende objecten. De onbehandelde controle verschilde statistisch niet van de BCP-modaliteiten, noch van de chemische referentie.